In het kort
- Bij een schuldsaldoverzekering moet de verzekeraar een bijpremie of weigering schriftelijk en gemotiveerd meedelen en de basispremie en de bijpremie afzonderlijk vermelden (Verzekeringswet art. 213).
- Als de bijpremie meer dan 75 % van de basispremie bedraagt, of als u wordt geweigerd, kunt u zich kosteloos wenden tot het Opvolgingsbureau voor de tarifering (Bureau du suivi de la tarification). Bij een lagere bijpremie loopt de weg via de klachtendienst van de verzekeraar en daarna de Ombudsman van de Verzekeringen.
- Een schuldsaldoverzekering eindigt niet altijd automatisch wanneer de lening is terugbetaald. De tussenpersoon moet u inlichten over uw mogelijkheden.
- In de levensverzekering kan de verzekeraar zich, zodra de overeenkomst in werking is getreden, niet meer beroepen op onopzettelijke verzwijgingen in de verklaring (art. 162). Een weigering na overlijden is alleen mogelijk als opzet wordt bewezen, en die bewijslast ligt bij de verzekeraar.
- In de groepsverzekering behoort de opgebouwde pensioenreserve toe aan de werknemer en gaat ze bij uitdiensttreding niet verloren. De overlijdensdekking is een afzonderlijke risicodekking en kan bij uittreding eindigen. Daarom zijn het uittredingsbericht en de keuzetermijnen belangrijk (Wet aanvullende pensioenen, art. 31-32, 55).
Deze gids beantwoordt vier veelgestelde vragen over de schuldsaldoverzekering (assurance solde restant dû, schuldsaldoverzekering), de individuele levensverzekering en de groepsverzekering van de werkgever (assurance de groupe, groepsverzekering). De belangrijkste teksten zijn de Wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen (de “Verzekeringswet”) en de Wet van 28 april 2003 betreffende de aanvullende pensioenen (loi relative aux pensions complémentaires, LPC / WAP).
Mijn schuldsaldoverzekeraar wil een zeer hoge bijpremie wegens mijn medische voorgeschiedenis: moet hij die motiveren, en hoe vecht ik ze aan?
Ja, hij moet ze motiveren. En de manier waarop u ze aanvecht, hangt af van de hoogte van de bijpremie.
De verplichtingen van de verzekeraar (Verzekeringswet art. 213-216):
- Hij moet de premie opsplitsen in de basispremie en de bijpremie die wegens uw gezondheid wordt aangerekend.
- Hij moet elke weigering, uitstel, uitsluiting of bijpremie meedelen in een duidelijke, uitdrukkelijke en gemotiveerde brief. Die brief moet vermelden dat u schriftelijk contact kunt opnemen met de arts van de verzekeraar, rechtstreeks of via een arts van uw keuze, en moet de contactgegevens van het Opvolgingsbureau en van het bemiddelingsorgaan vermelden.
- Als u de bijpremie betwist, gaat het dossier naar de herverzekeraar, die uitsluitend op basis van het dossier beslist (art. 214). De beslissingstermijn bedraagt 15 dagen (art. 216).
Afhankelijk van de bijpremie:
- Meer dan 75 %, of een weigering: u kunt zich wenden tot het Opvolgingsbureau voor de tarifering (art. 217; Koninklijk Besluit van 10.4.2014, art. 13). Binnen 15 werkdagen onderzoekt het Opvolgingsbureau of de bijpremie of weigering medisch en actuarieel gerechtvaardigd is. De verzekeraar kan niet worden verplicht de overeenkomst te sluiten na het voorstel van het Opvolgingsbureau. Maar als hij ze sluit, mag hij geen zwaardere voorwaarden opleggen dan het voorstel [Officieel, Commissie voor Verzekeringen C 2018/1].
- 75 % of minder: u hebt geen toegang tot het Opvolgingsbureau. U wendt u eerst tot de klachtendienst van de verzekeraar en daarna tot de Ombudsman. Tussen 2017 en 2023 werd het tarief in ongeveer 43 % van zulke dossiers die de Ombudsman behandelde, herzien [Officieel, Commissie voor Verzekeringen C 2024/6].
- Meer dan 125 %: een Compensatiekas (Caisse de compensation) betaalt het surplus. De bijpremie die u betaalt, bedraagt ten hoogste 125 % van de basispremie (Koninklijk Besluit van 10.4.2014, art. 28).
- Meer dan 200 %: de verzekeraar moet een gestandaardiseerde dekking aanbieden tot € 200.000 voor een enige kredietnemer (art. 222).
Deze regels gelden voor een hypothecair krediet dat wordt aangegaan om uw eigen en enige woning te kopen of te renoveren (art. 224).
Psychische aandoeningen, autisme, burn-out, gewicht: in zijn verslag over 2025 merkt de Ombudsman op dat er in de schuldsaldoverzekering meer discriminatieklachten zijn over bijpremies voor psychische aandoeningen en gewicht, en zegt hij dat hij de verzekeraars heeft gevraagd bijpremies te corrigeren die niet door medische studies worden onderbouwd [Sectoraal]. Een verschil in behandeling op grond van de gezondheidstoestand moet objectief worden gerechtvaardigd door een legitiem doel, met passende en noodzakelijke middelen (Algemene Antidiscriminatiewet van 10.5.2007, art. 7; Verzekeringswet art. 44). Vraag de verzekeraar naar de medische studies en sterftecijfers waarop hij zich heeft gebaseerd. Als u discriminatie vermoedt, kunt u zich ook tot Unia wenden.
Recht om vergeten te worden en 2026: voor kanker mag de ziekte niet meer in aanmerking worden genomen zodra 5 jaar verstreken zijn sinds het einde van een succesvolle actieve behandeling zonder herval (vóór 1.1.2025 bedroeg die termijn 8 jaar). Sinds 1.6.2026 hoeft u die kanker zelfs niet meer mee te delen (art. 61/2, Wet van 20.1.2025). Voor bepaalde chronische ziekten gelden afzonderlijke tabellen in een koninklijk besluit. Op 9.7.2026 heeft de Kamer de wet tot omzetting van de richtlijn consumentenkrediet (2023/2225) aangenomen. Ze voegt het consumentenkrediet toe aan art. 61/1: het recht om vergeten te worden zal ook gelden voor verzekeringen die verbonden zijn aan een consumentenkrediet aangevraagd vanaf 20.11.2026. Krediet dat eerder werd aangevraagd, blijft onder het vroegere toepassingsgebied vallen (aangenomen tekst, art. 83, 84 en 86) [Officieel, Kamerdocument DOC 56 1531/007]. Het wetsontwerp dat de financiering van het Opvolgingsbureau wijzigt, is een ontwerp; nog te bevestigen in Justel.
Ik heb mijn lening vervroegd terugbetaald, maar de verzekeringspremie werd verder geïnd: kan ik de extra premies terugkrijgen?
Soms, maar niet automatisch. Het hangt ervan af of de polis bepaalt wat er gebeurt wanneer de lening wordt terugbetaald, en wie u had moeten inlichten.
Waarom liep ze verder? Een schuldsaldoverzekering is een levensverzekeringsovereenkomst die losstaat van de lening. Het verslag over 2025 van de Ombudsman van de Verzekeringen merkt op dat zo’n polis bij een vervroegde terugbetaling “niet altijd automatisch stopt”, en dat de tussenpersoon de klant bij een terugbetaling of wijziging van de lening moet inlichten over de mogelijkheden [Sectoraal]. Die mogelijkheden zijn meestal: de overeenkomst beëindigen, de afkoopwaarde opnemen (rachat, vooral bij een overeenkomst met een enige premie) of ze behouden als gewone overlijdensverzekering.
Afhankelijk van de situatie:
- De polis bepaalt dat de dekking eindigt wanneer de lening is terugbetaald: premies die daarna werden geïnd, waren niet verschuldigd. U kunt ze terugvorderen als onverschuldigde betaling (répétition de l’indu). Volgens de Ombudsman kan zo’n vordering onder de algemene termijn van 10 jaar vallen in plaats van onder de verjaringstermijn van 3 jaar voor verzekeringen [Sectoraal, Ombudsman 2024].
- De polis zegt niets: de overeenkomst liep verder en het overlijdensrisico bleef gedekt. In de regel kunnen de premies dan niet van de verzekeraar worden teruggevorderd. Maar als de tussenpersoon of de bank u niet heeft ingelicht, kunt u van hem een schadevergoeding vorderen. Distributeurs moeten handelen in het beste belang van de klant en producten aanbieden die aansluiten bij de behoeften van de klant (Verzekeringswet art. 279 §1, art. 284). Als de kredietverlenende bank ook de tussenpersoon was, wist zij rechtstreeks van de vervroegde terugbetaling.
- Kredietrecht: bij een vervroegde terugbetaling van een hypothecair krediet hebt u recht op een vermindering van de totale kosten van het krediet, gelijk aan de interesten en kosten voor de resterende looptijd (Wetboek van economisch recht art. VII.147/11). Er werd geen rechterlijke beslissing of officiële richtlijn gevonden over de vraag of deze vermindering ook de premie van de schuldsaldoverzekering omvat. Als de bank de verzekering als voorwaarde voor de lening stelde, kunt u de bank schriftelijk vragen om ook een vermindering voor de premie die op de resterende looptijd betrekking heeft.
Praktische stappen:
- Vraag de verzekeraar schriftelijk naar de huidige stand van de polis, de begunstigde en een eventuele afkoopwaarde.
- Als u de overeenkomst niet wilt behouden, beëindig ze dan schriftelijk. U kunt een levensverzekering elk jaar opzeggen, op de verjaardag ervan of op de jaarlijkse premievervaldag (art. 85 §1, laatste lid).
- Stuur de tussenpersoon en de verzekeraar een gemotiveerde brief waarin u de terugbetaling vraagt van de premies die na de datum van de vervroegde terugbetaling werden geïnd. Komt er geen antwoord, wend u dan tot de Ombudsman.
Na het overlijden van mijn familielid zegt de levensverzekeraar dat de gezondheidsverklaring onvolledig was en weigert hij te betalen: is het ondertekende formulier op zichzelf doorslaggevend?
Nee. In de levensverzekering kan de verzekeraar zich, zodra de overeenkomst in werking is getreden, niet meer beroepen op onopzettelijke verzwijgingen (Verzekeringswet art. 162, onbetwistbaarheid, incontestabilité). Dit geldt ook voor de schuldsaldoverzekering. De regel van 2 jaar voor ziekteverzekeringen (art. 205) is hier niet van toepassing. Er blijft maar één verweer over: een opzettelijke onjuiste mededeling (art. 59). En de verzekeraar moet die bewijzen.
Wat de verzekeraar moet bewijzen: dat de verzekerde de ziekte kende, ze bewust heeft verzwegen en dat de verzekeraar daardoor werd misleid. Volgens het Hof van Cassatie moet het opzet afzonderlijk worden verantwoord in het licht van alle omstandigheden (Cass. 17.5.2024, C.23.0497.F).
Als de ziekten mondeling aan de tussenpersoon werden beschreven: dat is een sterke aanwijzing dat er geen opzet was. Het hof van beroep van Luik veroordeelde de verzekeraar tot betaling in een zaak waarin de tussenpersoon de documenten niet had doorgegeven en opzet noch voor de verzekerde noch voor de tussenpersoon bewezen was (CA Liège 20.12.2016, 2015/RG/1032). Daarentegen werd opzet aanvaard waar de verzekerde de aandoening kende en ondanks een duidelijke waarschuwing een verklaring “ik ben in goede gezondheid” ondertekende (CA Liège 8.1.2013, 2012/RG/58). De Ombudsman meldt dossiers waarin ziekten die door familieleden werden beschreven niet voorkwamen in de verklaring die elektronisch op een tablet werd ondertekend. De verzekeraar beschouwt het ondertekende formulier als doorslaggevend en het bewijs is moeilijk [Sectoraal, Ombudsman 2025].
Bewijs verzamelen:
- Vraag een kopie van de ondertekende verklaring (art. 64 §3), de logbestanden van de elektronische handtekening, welke schermen werden getoond en wie het formulier heeft ingevuld.
- Verzamel schriftelijke verklaringen van personen die bij het gesprek aanwezig waren, en e-mails en berichten met de tussenpersoon. Schriftelijke sporen zijn belangrijk: tussen de partijen laat de Verzekeringswet in principe geen bewijs door getuigen of vermoedens toe tegen de inhoud van de overeenkomst; dat kan wel als er een begin van schriftelijk bewijs is (een e-mail, een bericht, de nota van de tussenpersoon) (art. 64 §1). Maar die regel betreft het bewijs van de overeenkomst. Of de verzekerde opzettelijk heeft gehandeld, is een feitenkwestie die de rechter in het licht van alle omstandigheden beoordeelt (Cass. 17.5.2024). Verklaringen van familieleden kunnen bij die beoordeling worden gebruikt.
- Vraag op welke medische informatie de verzekeraar zich heeft gebaseerd. Een attest met de doodsoorzaak mag alleen naar de raadsgeneesheer gaan als de verzekeraar de voorafgaande toestemming van de verzekerde bewijst (art. 61). Rechtbanken hebben verslagen van artsen na het overlijden geweerd die verder gingen dan de machtiging die de verzekerde had gegeven (Hof van beroep Antwerpen 16.2.2005, 2001/AR/2854; 25.3.2009, 2007/AR/1653).
Wie is aansprakelijk voor de fout van de tussenpersoon? Kijk het statuut van de tussenpersoon na in het register van de FSMA. De verzekeraar draagt de volledige en onvoorwaardelijke aansprakelijkheid voor inbreuken op de gedragsregels door een verbonden agent (art. 293 §1, zoals geformuleerd door de IDD-wet van 6.12.2018). Deze regel geldt sinds 28.12.2018. Een makelaar daarentegen is in principe uw lasthebber en is in eigen naam aansprakelijk; hij moet een beroepsaansprakelijkheidsverzekering hebben. Het feit dat een makelaar het formulier onvolledig invult, belet de verzekeraar op zichzelf niet om zich op de onvolledige verklaring te beroepen; er is dan een afzonderlijke vordering tegen de makelaar nodig (Hof van beroep Antwerpen 22.6.2011, 2009/AR/2983). De algemene verjaringstermijn voor een contractuele vordering tot schadevergoeding tegen de tussenpersoon bedraagt 10 jaar (vroeger Burgerlijk Wetboek art. 2262bis §1).
Termijn: de vordering van een begunstigde tegen de verzekeraar verjaart na 3 jaar, te rekenen vanaf de dag waarop de begunstigde kennis krijgt van de overeenkomst, van zijn hoedanigheid van begunstigde en van het overlijden (art. 88). Zie Termijnen en Tussenpersonen en polisgegevens.
Mijn echtgenoot is overleden nadat hij een vorige job had verlaten, en de groepsverzekeraar zegt dat de overlijdensdekking was beëindigd: wat kunnen de begunstigden vorderen?
Maak eerst een onderscheid tussen twee zaken: de opgebouwde reserve en de overlijdensdekking. De reserve is het pensioenkapitaal dat met jaren premies is opgebouwd en gaat bij uitdiensttreding niet verloren. De overlijdensdekking is een risicodekking die geldt zolang de werknemer actief aangeslotene is. Bij uittreding kan ze eindigen als de werknemer geen keuze heeft gemaakt.
De uittredingsprocedure in de wet (Wet aanvullende pensioenen van 28.4.2003):
- De werkgever meldt de uittreding binnen 30 dagen aan de verzekeraar. Binnen 30 dagen deelt de verzekeraar de werkgever het bedrag van de reserve mee, de keuzemogelijkheden en of de overlijdensdekking behouden blijft. De werkgever bezorgt deze informatie onmiddellijk, schriftelijk of elektronisch, aan de werknemer (art. 31 §1).
- De werknemer heeft 30 dagen om te kiezen. Maakt hij geen keuze, dan wordt hij geacht de reserves bij de verzekeraar te laten zonder wijziging van de pensioentoezegging (art. 32 §3).
- Een van de mogelijkheden is de reserves te laten staan en een overlijdensdekking gelijk aan de reserves te nemen (art. 32 §1, 3° c). Deze keuze kan ook nog worden gemaakt binnen 11 maanden na het einde van de termijn van 30 dagen. Ze bestaat sinds 1.1.2016, toen ook de verplichting werd ingevoerd om te vermelden of de overlijdensdekking behouden blijft (Wet van 18.12.2015). Vroegere uittredingen vallen onder de vroegere tekst.
Wat de begunstigden kunnen vorderen:
- Wat er met de reserve gebeurt: als de reserve nog bij de verzekeraar staat, ga dan na of het pensioenreglement (règlement de pension) voorziet in de uitbetaling van de reserve aan de begunstigden bij overlijden vóór de pensionering. Vraag de verzekeraar om het reglement en het bedrag van de reserve.
- Gebrek aan informatie: als niet kan worden bewezen dat het uittredingsbericht werd verstuurd, heeft de werknemer mogelijk de kans verloren om een overlijdensdekking te behouden. In de regel moet de partij die tot informatie verplicht is, bewijzen dat ze die heeft gegeven (Burgerlijk Wetboek art. 8.4). In een gepubliceerd vonnis in eerste aanleg werd de werkgever een fout aangerekend omdat hij niet kon bewijzen dat hij het uittredingsformulier had verstuurd. Maar een schadevergoeding werd geweigerd, omdat niet was aangetoond dat de werknemer, als hij correct was ingelicht, voor een overlijdensdekking zou hebben gekozen. Commentatoren merken op dat, aangezien de mogelijkheid van een overlijdensdekking gelijk aan de reserves sinds 1.1.2016 bestaat, zulke schade nu gemakkelijker kan worden aanvaard [Sectoraal, Lydian / HR Square, 10.12.2018]. Voor uittredingen vóór 1.1.2016 bestond die mogelijkheid niet, en is de schade moeilijker aan te tonen. In de groepsverzekering moet de werkgever, als vertegenwoordiger van de groep, de aangeslotenen ook de wettelijk vereiste informatie bezorgen (Verzekeringswet art. 279 §2).
- Aanbeveling van de Ombudsman: in 2025 wees de Ombudsman op dossiers waarin de werknemer het keuzedocument nooit had ontvangen. Hij beval aan om bij gebrek aan antwoord een aangetekende herinnering met ontvangstbewijs naar het officiële adres te sturen [Sectoraal].
Praktische stappen: vraag de verzekeraar naar de datum van de uittredingsbrief, het adres waarnaar die werd gestuurd en het bewijs van verzending; vraag de werkgever naar de datum van zijn melding van de uittreding. Ga ook na of de groepsverzekering van de nieuwe werkgever een overlijdensdekking bevat. Termijn: alle vorderingen van begunstigden tegen de werkgever of de verzekeraar in verband met een aanvullend pensioen verjaren na 5 jaar. De termijn begint te lopen op de dag na die waarop u kennis kreeg, of redelijkerwijs had moeten krijgen, van het bestaan van het aanvullend pensioen, van uw hoedanigheid van begunstigde en van het overlijden (voor een vordering tot schadevergoeding: van de schade en van de aansprakelijke persoon). Deze regel is dwingend (Wet aanvullende pensioenen art. 55, sinds 29.6.2014).
Checklist
- Vermeldt het aanbod voor de schuldsaldoverzekering de basispremie en de bijpremie afzonderlijk, met een schriftelijke motivering (art. 213)?
- Ik heb het percentage van de bijpremie berekend: meer dan 75 % of een weigering betekent het Opvolgingsbureau; daaronder de klachtendienst en de Ombudsman.
- Ik heb nagekeken of het recht om vergeten te worden en de tabellen voor chronische ziekten op mij van toepassing zijn.
- Als de lening werd terugbetaald, heb ik gevraagd naar de stand van de polis, de afkoopwaarde en de begunstigde, en heb ik de polis schriftelijk beëindigd als ik ze niet meer nodig heb.
- Bij een weigering na overlijden heb ik de ondertekende verklaring, de logbestanden van de elektronische handtekening en de briefwisseling met de tussenpersoon opgevraagd, en het statuut van de tussenpersoon bij de FSMA nagekeken.
- Ik heb beoordeeld of de verzekeraar het opzet concreet heeft bewezen (art. 59, 162).
- Voor de groepsverzekering heb ik gevraagd naar de datum van uittreding, het uittredingsbericht, het pensioenreglement en het bedrag van de reserve.
- Ik heb een klacht ingediend bij de Ombudsman en houd de verjaringstermijnen in het oog.
Voor de algemene weg na een weigering: Als uw verzekeraar weigert te betalen en Ombudsman van de Verzekeringen. Voor ziekte en gewaarborgd inkomen: Hospitalisatie- en gewaarborgd-inkomenverzekering.
Bronnen
- Verzekeringswet van 4.4.2014 (art. 44, 58-61/15, 64, 85, 88, 162, 212-224), oorspronkelijke tekst
- Verzekeringswet, geconsolideerde tekst op Justel
- Wet van 6.12.2018 (IDD; Verzekeringswet art. 279, 284, 293)
- Wet van 20.1.2025 (uitbreiding van het recht om vergeten te worden; in werking op 1.6.2026)
- Wet aanvullende pensioenen van 28.4.2003 (art. 31-32, 55), geconsolideerde tekst
- Hof van Cassatie, 17.5.2024, C.23.0497.F
- Hof van beroep van Luik (Cour d’appel de Liège), 20.12.2016, 2015/RG/1032
- Hof van beroep van Luik (Cour d’appel de Liège), 8.1.2013, 2012/RG/58
- Hof van beroep Antwerpen, 25.3.2009, 2007/AR/1653
- Hof van beroep Antwerpen, 16.2.2005, 2001/AR/2854
- Grondwettelijk Hof, 10.11.2011, 166/2011 (regeling van de schuldsaldoverzekering)
- Commissie voor Verzekeringen, C 2024/6 (evaluatieverslag II over de schuldsaldoverzekering)
- Commissie voor Verzekeringen, C 2018/1 (evaluatieverslag I)
- Ombudsman van de Verzekeringen, jaarverslag 2025
- Ombudsman van de Verzekeringen, jaarverslag 2024
- Wetboek van economisch recht art. VII.147/11 (vervroegde terugbetaling van hypothecair krediet), geannoteerde tekst
- Kamer, DOC 56 1531/007: aangenomen tekst van de wet op het consumentenkrediet (art. 83-86)
- Hof van beroep Antwerpen, 22.6.2011, 2009/AR/2983
- Lydian / HR Square, “Aanvullende pensioenen en informatieplicht” (10.12.2018)
- Opvolgingsbureau voor de tarifering, hoe een aanvraag indienen
Deze gids bevat algemene informatie en geen juridisch advies. Bijgewerkt tot 05.10.2026.

