INSURANCEOplossingen voor verzekeringsgeschillenEerste beoordelingTRNLFREN
← Alle gidsenVerkeer14 min leestijdBijgewerkt 9 oktober 2026

Voetgangers, fietsers en elektrische fietsen: uw rechten na een ongeval

Is er een motorrijtuig bij betrokken, dan wordt de lichamelijke schade van voetgangers, fietsers en passagiers vergoed, ongeacht de fout (29bis). De gids behandelt ook de eigen schade van de fietser die in fout is, de schade aan de wagen, de familiale verzekering en het juridische statuut van elektrische fietsen.

Kort samengevat

  • Bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, krijgt iedereen die niet zelf bestuurde (voetganger, fietser, passagier) zijn lichamelijke schade vergoed, ongeacht zijn eigen fout (WAM-wet 1989, art. 29bis). Ook een fietser die door het rode licht reed, valt eronder.
  • Materiële schade, zoals aan uw fiets of gsm, en schade die u door uw fout aan anderen toebrengt (zoals schade aan de wagen) vallen buiten 29bis. Daarvoor gelden de gewone aansprakelijkheidsregels; uw familiale verzekering (RC familiale) kan de schade van de tegenpartij betalen.
  • Een elektrische fiets die alleen ondersteunt wanneer u trapt, is geen motorrijtuig (HvJ C-286/22; Cass. 20.9.2024). Er is geen verplichte motorrijtuigenverzekering nodig, en de berijder is een beschermde weggebruiker.
  • Fietsen die zonder trappen op eigen kracht rijden (fietsen met gashendel) zijn motorrijtuigen. Sinds 12.4.2024 zijn ze alleen vrijgesteld van verzekering als ze ten hoogste 25 km/u halen en ten hoogste 25 kg wegen, batterij inbegrepen.
  • Ook een speed pedelec is geen motorrijtuig als hij geen stand heeft waarin hij zonder trappen vooruitgaat: er is geen verplichte motorrijtuigenverzekering nodig, de familiale verzekering volstaat en de berijder wordt door 29bis beschermd (Cass. 20.9.2024; Vias 2025).
  • De enige uitzondering: wie ouder is dan 14 en het ongeval en de gevolgen ervan heeft gewild, kan zich niet op 29bis beroepen. Grove onvoorzichtigheid volstaat daarvoor niet.

“Ik reed door het rode licht, het is mijn fout, ik krijg niets.” “Ik heb met mijn elektrische fiets een voetganger aangereden en mijn verzekeraar zegt dat het een motorrijtuig is.” Deze gids behandelt beide vragen samen: wie betaalt uw eigen lichamelijke schade, en wie betaalt de schade die u anderen toebrengt? Het antwoord hangt vooral af van twee dingen: was er een motorrijtuig bij betrokken, en bestuurde u het?

Wat zegt de regel van 29bis?

Bij een verkeersongeval waarbij een of meer motorrijtuigen betrokken zijn, wordt alle schade die voortvloeit uit lichamelijk letsel of overlijden hoofdelijk (solidairement) vergoed door de verzekeraars van de betrokken voertuigen (wet van 1989, art. 29bis §1). Alleen het volgende valt erbuiten:

  • materiële schade (voertuig, fiets, persoonlijke spullen),
  • schade geleden door de bestuurders van de betrokken motorrijtuigen.

De regel geldt ongeacht de fout. Een dronken voetganger, een passagier zonder gordel of een onvoorzichtige fietser krijgt zijn lichamelijke schade toch vergoed; gewone nalatigheid is geen opzet. Zelfs wanneer het ongeval het gevolg is van toeval (cas fortuit), moet de verzekeraar betalen (art. 29bis §1, lid 4).

Voor ongevallen na 12.4.2024 is de automatische vergoeding beperkt tot ongevallen op de openbare weg, op terreinen die voor het publiek toegankelijk zijn en op niet-openbare terreinen die toegankelijk zijn voor een zeker aantal personen (art. 29bis §1, via de verwijzing naar art. 2 §1, lid 1).

Wat betekent “betrokken”?

Volgens het Hof van Cassatie is een voertuig betrokken als het enige rol speelde in het ongeval; een oorzakelijk verband tussen het voertuig en het ongeval is niet vereist (Cass. 13.6.2014, C.13.0184.F). In die zaak werd een voetganger die door een wagen was aangereden tegen een andere, reglementair geparkeerde wagen geslingerd; ook de verzekeraar van de geparkeerde wagen werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld.

Het Hof van Cassatie bevestigde dit criterium opnieuw in 2026: een voertuig is betrokken als het enige invloed op het ongeval had, ook zonder er een noodzakelijk element van te zijn. Hetzelfde arrest stelt dat het deel waarvoor het slachtoffer volgens het gemene recht zelf aansprakelijk is, in gelijke delen wordt verdeeld over de verzekeraars van alle betrokken voertuigen (Cass. 30.4.2026, C.24.0501.N). De loutere aanwezigheid van een voertuig volstaat daarentegen niet; het moet een rol hebben gespeeld in het ongeval (Cass. 12.9.2014, C.13.0567.N). In de praktijk: waren er meerdere voertuigen bij betrokken, stuur uw vordering dan naar al hun verzekeraars.

Wie is beschermd?

Persoon Bescherming door 29bis voor lichamelijke schade
Voetganger (ook rolstoelgebruikers) Ja
Gewone fietser Ja
Elektrische fiets die alleen trapondersteuning geeft Ja (HvJ C-286/22; Cass. 20.9.2024)
Gebruiker van een elektrische step (≤25 km/u en ≤25 kg) Ja, als hij door een motorrijtuig wordt aangereden
Passagier in een motorrijtuig Ja, ook tegenover zijn eigen bestuurder
Berijder van een speed pedelec (ondersteuning tot 45 km/u) Ja, als hij geen stand heeft waarin hij zonder trappen vooruitgaat (Cass. 20.9.2024); nee als hij die wel heeft
Fiets die zonder trappen vooruitgaat, als hij verzekeringsplichtig is Nee (geldt als bestuurder van een motorrijtuig)
Bestuurder van een auto, motorfiets of bromfiets Nee

Opgelet: kleine voertuigen die vrijgesteld zijn van de verplichte verzekering (zoals elektrische steps ≤25 km/u en ≤25 kg) gelden voor 29bis niet als “motorrijtuigen”. Hun gebruikers zijn beschermd, maar een aanrijding met zo’n voertuig doet 29bis niet spelen (art. 29bis §3).

De enige uitzondering: het ongeval en de gevolgen ervan willen

Een slachtoffer ouder dan 14 jaar dat het ongeval en de gevolgen ervan heeft gewild, kan zich niet op 29bis beroepen (art. 29bis §1, lid 6). Het Hof van Cassatie legt deze uitzondering zeer eng uit: het slachtoffer moet niet alleen het ongeval maar ook de schade zelf hebben gewild; gevaarlijk of grof onvoorzichtig gedrag volstaat op zich niet (Cass. 8.1.2026, C.24.0313.N; 23.1.2026, C.25.0068.F). In de tweede zaak liep een voetganger van voor een bestelwagen die op de pechstrook van een autosnelweg stond de weg op en werd hij door een vrachtwagen gedood; zelfs daar eiste het Hof de vaststelling dat de schade zelf was gewild. In een oudere zaak, zelfs onder het toenmalige criterium van de “onverschoonbare fout” (faute inexcusable), werd een voetganger die onvoorzichtig de rijbaan op liep terwijl hij een dief achtervolgde, als beschermd beschouwd (Cass. 3.5.2001, C.99.0152.F). Voor kinderen van 14 jaar of jonger geldt de uitzondering nooit.

Voorbeelden van de ruime toepassing van 29bis

Over de onderstaande voorbeelden werd beslist onder de tekst die gold voor de wijziging van 2024. Voor ongevallen na 12.4.2024 moet afzonderlijk worden nagegaan of het ongeval op de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijk terrein gebeurde.

  • Trams en treinen: 29bis geldt ook wanneer een tram of trein buiten een overweg, op zijn eigen bedding, een voetganger of fietser aanrijdt (hof van beroep Antwerpen, 7.11.2007, 2006/AR/2942).
  • Toeschouwers bij autosport: voor een toeschouwer die gewond raakte op een racecircuit dat tegen betaling van een toegangsticket voor het publiek toegankelijk was, werd het circuit beschouwd als een “terrein dat toegankelijk is voor een zeker aantal personen” en werd 29bis toegepast (rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, 15.9.2009; een enkele uitspraak in eerste aanleg).

Wat wordt vergoed?

  • alle posten van lichamelijke schade: medische kosten, inkomensverlies, tijdelijke en blijvende ongeschiktheid, morele schade,
  • bij overlijden de schade van de nabestaanden,
  • schade aan kledij,
  • schade aan functionele prothesen (behandeld als lichamelijke schade; art. 29bis §1, lid 3).

Voor de schadeposten en bedragen, zie onze gids over vergoeding van lichamelijke schade.

Ik fietste door het rode licht, botste op een wagen en raakte gewond: krijg ik een vergoeding?

Ja, zeer waarschijnlijk. Omdat er een wagen bij betrokken was en u niet de bestuurder ervan was, wordt uw lichamelijke schade op grond van 29bis vergoed door de verplichte BA-autoverzekeraar (RC auto) van de wagen. Door het rode licht rijden is uw fout, maar 29bis kijkt niet naar de fout; grove onvoorzichtigheid is ook niet hetzelfde als “het ongeval en de gevolgen ervan willen”.

Afhankelijk van de situatie:

  • Reed u op een gewone fiets of een elektrische fiets met trapondersteuning, dan bent u een beschermde weggebruiker. De verzekeraar van de wagen betaalt uw medische kosten, inkomensverlies, ongeschiktheid, morele schade en schade aan uw kledij.
  • Reed u met een voertuig dat zonder trappen op eigen kracht rijdt en verzekeringsplichtig is (bijvoorbeeld een fiets met gashendel van meer dan 25 kg), dan kunt u als bestuurder van een motorrijtuig worden beschouwd. Dan beschermt 29bis u niet; u wordt alleen vergoed als u de fout van de bestuurder van de wagen bewijst of een bestuurdersverzekering hebt.
  • Gebeurde het ongeval op een afgesloten privéterrein (ongevallen na 12.4.2024), dan is 29bis misschien niet van toepassing.
  • Staat er op het kruispunt een bord B22 of B23, dan mag een fietser bij rood licht rechts afslaan (B22) of rechtdoor rijden (B23), op voorwaarde dat hij voorrang verleent aan de andere weggebruikers (Wegcode). De vaststelling dat u “volledig in fout” was, kan dan worden betwist. Zonder zo’n bord moet u bij rood stoppen.

Een verzekeraar die op grond van 29bis betaalt, treedt alleen in de rechten tegen derden die volgens het gemene recht aansprakelijk zijn (art. 29bis §4). Volgens het Hof van Cassatie kan een motorrijtuigverzekeraar die op grond van 29bis betaalt, het bedrag niet terugvorderen van het slachtoffer of van diens aansprakelijkheidsverzekeraar, ook niet als het slachtoffer verantwoordelijk was voor het ongeval (Cass. 28.6.2018, C.17.0631.N). Er is dus geen verhaal tegen u of uw familiale verzekeraar voor de vergoeding van uw lichamelijke schade. Het verhaal van de verzekeraar tegen een aansprakelijke derde is beperkt tot wat het slachtoffer volgens het gemene recht had kunnen vorderen, en het deel waarvoor het slachtoffer zelf aansprakelijk is, wordt in gelijke delen gedragen door de motorrijtuigverzekeraars van de betrokken voertuigen (Cass. 30.4.2026, C.24.0501.N). Anders is het als u ook iemand anders verwondde (bijvoorbeeld een voetganger of een passagier in de wagen): de verzekeraar die die persoon vergoedt, kan zich tot u en uw familiale verzekeraar wenden in de mate waarin u volgens het gemene recht aansprakelijk bent (Cass. 22.6.2017, C.15.0080.F).

Schade aan uw fiets is materiële schade en valt buiten 29bis. Was het ongeval volledig uw fout, dan krijgt u niets van de kant van de wagen (voor feiten na 1.1.2025: Burgerlijk Wetboek art. 6.20; daarvoor het vroegere art. 1382). Hebt u een afzonderlijke fietsverzekering, doe dan een beroep op die verzekering; zie waardevolle voorwerpen, huisdieren en fietsen.

Praktische stappen:

  1. Vraag om een proces-verbaal van de politie; een aanrijdingsformulier is voor een fiets niet verplicht, maar het helpt (aanrijdingsformulier).
  2. Noteer de nummerplaat en de verzekeraar van de wagen. Zijn die niet bekend, dan kunt u ze opvragen bij het informatiecentrum van het Waarborgfonds (art. 19bis-8).
  3. Bewaar medische stukken, facturen en attesten van arbeidsongeschiktheid.
  4. Stuur uw vordering schriftelijk naar de verzekeraar van de wagen. De verzekeraar moet binnen 3 maanden een gemotiveerd aanbod doen of een gemotiveerd antwoord geven (art. 13-14).
  5. Uw ziekenfonds (mutualité) kan eerst betalen en het bedrag daarna terugvorderen van de aansprakelijke verzekeraar; dezelfde schade wordt nooit twee keer vergoed.

Termijn: een rechtstreekse vordering tegen de aansprakelijke verzekeraar verjaart na 5 jaar (Verzekeringswet, art. 88 §2). Meer over termijnen.

Wie betaalt als fietser in fout de schade aan de wagen? Dekt mijn familiale verzekering dat?

U bent volgens het gemene recht aansprakelijk voor de schade aan de wagen; in de meeste gevallen dekt uw familiale verzekering (RC familiale / BA privéleven) die aansprakelijkheid. 29bis geldt alleen voor uw eigen lichamelijke schade; de schade aan het voertuig van de eigenaar van de wagen valt er niet onder.

Welke regel geldt? Voor ongevallen na 1.1.2025 steunt de foutaansprakelijkheid op boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, art. 6.5; voor oudere ongevallen op het vroegere art. 1382. Door het rode licht rijden is een fout; maakte ook de bestuurder van de wagen een fout (te snel rijden, onoplettendheid), dan wordt de aansprakelijkheid verdeeld.

Familiale verzekering: deze verzekering is niet verplicht, maar als u ze hebt, moet ze voldoen aan de minimumvoorwaarden van het koninklijk besluit van 12.1.1984. Schade die u in het privéleven als fietser veroorzaakt, is gedekt.

  • De verzekeraar mag zich alleen beroepen op de uitsluitingen die limitatief zijn opgesomd in art. 6 van het besluit. Een daarvan is de aansprakelijkheid die onder een verplichte verzekering valt (art. 6, 1°). Een gewone fiets of een elektrische fiets met trapondersteuning is niet verzekeringsplichtig, dus deze uitsluiting geldt niet.
  • Grove schuld kan alleen worden uitgesloten als ze uitdrukkelijk en limitatief in de algemene voorwaarden is opgesomd en de verzekerde over oordeelsvermogen beschikte (art. 6, 6°; Verzekeringswet, art. 62). Staat door het rode licht rijden in uw polis niet uitdrukkelijk vermeld als grove schuld, dan kan de dekking op die grond niet worden geweigerd.
  • De vrijstelling (franchise) uit uw polis blijft voor uw rekening; de wet legt geen vast bedrag vast, dus kijk uw contract na.
  • Schade aan uw eigen fiets wordt door deze verzekering niet betaald (art. 6, 2°: eigen schade van de verzekerde).

Wat doet de eigenaar van de wagen? Heeft hij een omnium (omnium), dan doet hij eerst daarop een beroep; de omniumverzekeraar wendt zich daarna tot u, en dus tot uw familiale verzekeraar. Zonder omnium kan hij zijn schade rechtstreeks vorderen bij uw familiale verzekeraar (Verzekeringswet, art. 150). De RDR-fouttabel van de verzekeraars geldt niet voor aanrijdingen met fietsen, omdat een fiets geen verzekeringsplichtig voertuig is.

Hebt u geen familiale verzekering, dan bent u persoonlijk aansprakelijk. U kunt het bedrag betwisten, het expertiseverslag opvragen en een afbetalingsplan voorstellen. Hebt u een rechtsbijstandsverzekering, gebruik die dan voor de erelonen van een advocaat (rechtsbijstandsverzekering).

Is de fietser een kind: een kind jonger dan 12 jaar is niet aansprakelijk voor zijn fout; ouders zijn foutloos aansprakelijk voor schade die een kind jonger dan 16 jaar veroorzaakt (boek 6, art. 6.9 en 6.12; feiten na 1.1.2025). Sinds 1.1.2025 kan een familiale verzekeraar de opzettelijke daad of de grove schuld van een minderjarige niet tegenwerpen aan de benadeelde (Verzekeringswet, art. 151 §2). Meer: familiale verzekering.

Praktische stappen en timing: meld het schadegeval aan uw familiale verzekeraar zo snel als redelijkerwijs mogelijk (Verzekeringswet, art. 74). In de aansprakelijkheidsverzekering ontstaat de meldingsplicht zodra u weet of moet weten dat u aansprakelijk kunt worden gesteld (Cass. 21.4.2023). Bezorg alle brieven van de tegenpartij aan uw verzekeraar en teken zelf niets waarin u een fout erkent. Door het rode licht rijden is ook een verkeersovertreding; zie verkeersboetes voor de strafrechtelijke kant.

Is mijn elektrische fiets een motorrijtuig? Welke verzekering geldt?

De doorslaggevende vraag is: kan de fiets alleen op motorkracht vooruitgaan, zonder te trappen? Zo niet, dat wil zeggen als de motor alleen meewerkt wanneer u trapt, dan is hij geen motorrijtuig in de zin van de wet van 1989 en is er geen verplichte motorrijtuigenverzekering nodig.

Rechtspraak:

  • Volgens het Hof van Justitie van de EU is een elektrische fiets die alleen trapondersteuning geeft geen “voertuig” in de zin van de richtlijn motorrijtuigenverzekering, ook niet als hij een “boost”-functie heeft die zonder trappen tot 20 km/u versnelt nadat er eerst is getrapt (HvJ 12.10.2023, C-286/22, KBC t. P&V).
  • Het Belgische Hof van Cassatie paste dat toe op het Belgische recht: een elektrische fiets is geen motorrijtuig in de zin van art. 1 van de wet van 1989 als de aandrijving pas kan worden ingeschakeld nadat spierkracht is gebruikt (Cass. 20.9.2024, C.21.0376.N). De feiten van die zaak vielen onder de tekst die gold voor de wijziging van 2019.
  • Ook de strafkamer van het Hof van Cassatie sloot motoren die alleen trapondersteuning of een duw- of starthulp bieden uit van het begrip “motorrijtuig” (Cass. 16.9.2025, P.25.0771.N; hetzelfde arrest oordeelde dat een elektrische step een motorrijtuig is wat een rijverbod betreft).

Overzicht per type voertuig:

Voertuig Motorrijtuig? Verplichte BA auto
Elektrische fiets met trapondersteuning (ondersteuning valt weg bij 25 km/u) Nee Geen; familiale verzekering
Met gashendel / zelfaangedreven, ≤25 km/u en ≤25 kg batterij inbegrepen Ja Geen (art. 2bis b); familiale verzekering, anders het Waarborgfonds
Met gashendel / zelfaangedreven, meer dan 25 kg of meer dan 25 km/u Ja Ja (met het gewichtscriterium sinds 12.4.2024)
Speed pedelec (ondersteuning tot 45 km/u, nummerplaat) Nee, als hij niet zonder trappen kan vooruitgaan Geen; familiale verzekering. Ja als hij een zelfaangedreven stand heeft die geen duw- of starthulp is en meer dan 25 kg weegt

Over speed pedelecs: volgens de verkeersregels is een speed pedelec een “bromfiets klasse P”: een nummerplaat, een rijbewijs AM of B, een minimumleeftijd van 16 jaar en een helm zijn verplicht. Die indeling geldt alleen voor de verkeersregels; de verzekeringsplicht hangt af van het criterium van art. 1 van de wet van 1989, namelijk of het voertuig zonder spierkracht kan vooruitgaan. De zaak waarover het Hof van Cassatie op 20.9.2024 besliste, ging precies over de berijder van een speed pedelec: de rechtbank van Brugge behandelde de berijder als een zwakke weggebruiker en het Hof van Cassatie verwierp het cassatieberoep. Het verklaarde het specifieke argument over speed pedelecs niet-ontvankelijk omdat het een onderzoek van feiten vereiste; met andere woorden, het stelde geen afzonderlijke regel voor speed pedelecs vast en paste het criterium van de spierkracht toe. De conclusie van de advocaat-generaal stelde uitdrukkelijk dat het label “speed pedelec” irrelevant is voor de verzekeringsplicht en dat zelfaandrijving het doorslaggevende criterium is. De Commissie voor Verzekeringen bij de FSMA stelde vast dat dit de meerderheidsopvatting is in rechtspraak en rechtsleer (advies C 2022/5; enkele auteurs zijn het er niet mee eens). De briefing van Vias uit 2025 en de brochure van codedelaroute.be komen tot dezelfde conclusie: zonder zelfaangedreven stand volstaat de familiale verzekering; een duwhulp om de fiets uit de garage te halen geldt niet als zo’n stand. Sommige verzekeraars en makelaars verkopen nog een afzonderlijke “BA speed pedelec”-polis; die is niet verplicht. Uw familiale verzekeraar kan een speed pedelec niet uitsluiten, omdat het besluit alleen toelaat de aansprakelijkheid uit te sluiten die onder een verplichte verzekering valt (zie het volgende deel).

De regel verandert met de datum (art. 2bis):

  • Voor 2019: geen vrijstelling; elk voertuig dat door mechanische kracht werd aangedreven, was verzekeringsplichtig.
  • Wet van 2.5.2019: voertuigen tot 25 km/u werden vrijgesteld (behalve bromfietsen klasse A). Het Grondwettelijk Hof oordeelde dat deze vrijstelling in strijd was met het gelijkheidsbeginsel omdat ze geen rekening hield met de massa van het voertuig (GwH 28.1.2021, 15/2021).
  • Wet van 2.2.2021 (in werking op 21.2.2021): voertuigen die ook voor andere doeleinden dan louter verplaatsing bestemd zijn (zoals werkmachines), werden opnieuw verzekeringsplichtig. Er was nog altijd geen gewichtscriterium: voor ongevallen tussen 21.2.2021 en 11.4.2024 was een zelfaangedreven voertuig dat ten hoogste 25 km/u haalt volgens de bewoording van de wet vrijgesteld, ongeacht het gewicht. De redenering van arrest 15/2021 van het Grondwettelijk Hof kan ook tegen die tekst worden aangevoerd; beroept u zich op de vrijstelling voor een zwaar voertuig, houd dan rekening met dat bezwaar.
  • Wet van 17.3.2024 (in werking op 12.4.2024): voor de vrijstelling is nu zowel ≤25 km/u als ≤25 kg batterij inbegrepen vereist. Deze wet zette de EU-richtlijn 2021/2118 om.

De EU-richtlijn 2021/2118 beperkte het begrip “voertuig” tot voertuigen die uitsluitend door mechanische kracht worden aangedreven en bepaalde drempels van snelheid of gewicht overschrijden. De Belgische definitie (art. 1) is ruimer en regelt de vrijstellingen afzonderlijk in art. 2bis; dat kan omdat de richtlijn een minimumharmonisatie invoert.

Zegt de verzekeraar “motorrijtuig”, vraag en controleer dan: het gelijkvormigheidsattest van het voertuig (certificat de conformité) en de goedkeuringscategorie (een fiets met trapondersteuning volgens de norm EN 15194, L1e-A of L1e-B), of het een gashendel of een zelfaangedreven stand heeft, of een snelheidsbegrenzer werd verwijderd, en het gewicht met de batterij. Hebt u het voertuig aangepast (bijvoorbeeld door de snelheidsbegrenzing te verwijderen), dan telt de toestand op het moment van het ongeval: kan het door de aanpassing zonder trappen vooruitgaan, dan is het een motorrijtuig; werd alleen de snelheid verhoogd waarbij de ondersteuning wegvalt, dan verandert de categorie volgens de verkeersregels (met de verplichtingen inzake nummerplaat en rijbewijs die daaruit volgen).

Op 1.6.2027 treden het federale Code de la voie publique en de Brusselse, Vlaamse en Waalse gewestelijke verkeerscodes in werking; sommige verkeersregels voor speed pedelecs veranderen dan. Omdat de verzekeringsplicht in de wet van 1989 blijft staan, verandert deze overgang op zich niets aan de tabel hierboven.

Ik heb met mijn elektrische fiets een voetganger aangereden: wie betaalt, en wat als ik geen verplichte verzekering had?

Is uw fiets een fiets met trapondersteuning, dan betaalt u de schade van de voetganger in de mate van uw fout, en uw familiale verzekering hoort dat te dekken. Is uw fiets een verzekeringsplichtig motorrijtuig en had u geen verzekering, dan betaalt het Waarborgfonds de voetganger en vordert het het geld daarna terug van de eigenaar van het voertuig, dus van u.

Situatie 1: elektrische fiets met trapondersteuning (geen motorrijtuig).

  • 29bis geldt niet; de voetganger werd door een fietser aangereden. De voetganger moet uw fout volgens het gemene recht bewijzen (na 1.1.2025: boek 6, art. 6.5; daarvoor het vroegere art. 1382). Maakte de voetganger ook een fout, dan wordt de vergoeding verminderd (art. 6.20).
  • Uw familiale verzekeraar kan niet weigeren met het argument “motorrijtuig”: art. 6, 1° van het besluit sluit alleen de aansprakelijkheid uit die onder een verplichte verzekering valt. Volgens art. 2 van het besluit moet elke familiale polis minstens de minimumdekking bieden; een uitsluiting die art. 6 niet toelaat, kan niet worden toegepast. Ook het Hof van Cassatie heeft een uitsluiting geweigerd die art. 6 niet toelaat (Cass. 25.3.2003, P.02.1097.N).
  • De voetganger kan zijn schade rechtstreeks vorderen bij uw familiale verzekeraar (Verzekeringswet, art. 150).
  • Het Waarborgfonds betaalt niet bij ongevallen tussen twee zwakke weggebruikers (FAQ van het Fonds).

Situatie 2: vrijgesteld motorrijtuig (≤25 km/u en ≤25 kg, gashendel). Er is geen verplichte verzekering. Uw familiale verzekering dekt uw aansprakelijkheid; het besluit laat daarvoor geen uitsluiting toe. Dekt geen enkele verzekeraar ze, dan kan de voetganger zich tot het Waarborgfonds wenden (wet van 1989, art. 19bis-11 §1 9°). Omdat zulke voertuigen voor 29bis geen motorrijtuigen zijn, moet de voetganger uw fout bewijzen (art. 29bis §3).

Situatie 3: verzekeringsplichtig motorrijtuig, geen verzekering. In dat geval:

  • Krijgt de voetganger een vergoeding voor zijn lichamelijke schade op grond van 29bis, zonder een fout te moeten bewijzen.
  • Betaalt het Waarborgfonds (art. 19bis-11 §1 8°). Het Fonds vordert daarna het volledige bedrag dat het heeft betaald terug van de eigenaar van het voertuig; voor ongevallen na 22.6.2017 is het verhaal alleen tegen de eigenaar gericht (art. 19bis-14 §5; FAQ van het Fonds). Bij lichamelijke schade kan dat bedrag zeer hoog zijn.
  • Kan uw familiale verzekeraar zich dan op de uitsluiting van art. 6, 1° beroepen. Er is één uitzondering: een minderjarige onder de wettelijke leeftijd die zonder medeweten van de ouders een motorrijtuig bestuurt, blijft gedekt.
  • Is rijden zonder verzekering een misdrijf: 8 dagen tot 6 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 100 tot 1.000 (plus de wettelijke vermenigvuldigingsfactor), of een van die straffen alleen (art. 22). Het voertuig kan in beslag worden genomen (art. 20).

Praktische stappen:

  1. Help de gewonde en bel de politie. De plaats van het ongeval verlaten om de nodige vaststellingen te ontlopen, terwijl u weet dat u een ongeval hebt veroorzaakt, is een afzonderlijk misdrijf, ook als u niet in fout was. Dat geldt ook voor fietsers: art. 33 van de Verkeerswet geldt voor “iedere bestuurder van een voertuig” en voor “eenieder” (wet van 16.3.1968).
  2. Meld het schadegeval meteen schriftelijk aan uw familiale verzekeraar (Verzekeringswet, art. 74). Weigert hij, vraag dan schriftelijk op welke uitsluiting van art. 6 van het besluit hij zich beroept.
  3. Verzamel de technische documenten van het voertuig (zie de checklist hierboven).
  4. Blijft de weigering behouden, dan kunt u zich tot de Ombudsman van de Verzekeringen wenden; om de weigeringsgronden te betwisten, zie geweigerde schadeclaim.

Termijnen van de verzekeraar en uw waarborgen

  • De verzekeraar van het betrokken voertuig moet binnen 3 maanden een gemotiveerd aanbod doen of een gemotiveerd antwoord geven; de regel geldt uitdrukkelijk ook voor vorderingen op grond van 29bis (wet van 1989, art. 13-14).
  • Een voorschotaanbod mag geen clausule “voor saldo van alle rekening” (quittance pour solde) bevatten.
  • Betalingen op grond van 29bis geven de verzekeraar geen recht om de polis na een schadegeval op te zeggen; de polis van de eigenaar van het voertuig kan dus niet worden opgezegd wegens de betaling aan u (Verzekeringswet, art. 86 §3).
  • Is het voertuig gevlucht of was het onverzekerd, dan komt het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds (Fonds commun de garantie belge / Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds) tussen (wet van 1989, art. 19bis-11). Meer: vluchtmisdrijf en onverzekerde voertuigen.

Als u een motorrijtuig bestuurde

Als bestuurder van een motorrijtuig kunt u geen beroep doen op 29bis (art. 29bis §2). Voor uw eigen letsels moet u ofwel de fout van de tegenpartij bewijzen, ofwel een beroep doen op een bestuurdersverzekering (assurance conducteur) of een gelijkaardige dekking. Kijk uw polis na.

Checklist

  • Was er een motorrijtuig bij betrokken? Was u de bestuurder ervan?
  • Gebeurde het ongeval op de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijk terrein?
  • Hebt u het proces-verbaal van de politie, de gegevens van getuigen en foto’s?
  • Bewaart u medische stukken en betalingsbewijzen?
  • Hebt u uw vordering schriftelijk naar de verzekeraar van het betrokken voertuig gestuurd? Noteer de datum; stuur een herinnering als er binnen 3 maanden geen antwoord komt.
  • Hebt u schade aan anderen veroorzaakt, hebt u dan meteen uw familiale verzekeraar verwittigd?
  • Kent u het gelijkvormigheidsattest, de goedkeuringscategorie en het gewicht van de elektrische fiets, en weet u of hij een gashendel heeft?
  • Heeft de verzekeraar geweigerd, staat de reden dan op papier en steunt ze op art. 6 van het besluit?

Is er een voetganger, fietser of passagier bij betrokken, dan toont onze Simulator aanrijdingsformulier de bescherming van 29bis afzonderlijk op het resultaatscherm.

Bronnen

Deze gids bevat algemene informatie en is geen juridisch advies. Bijgewerkt tot 09.10.2026.