INSURANCEOplossingen voor verzekeringsgeschillenEerste beoordelingTRNLFREN
← Alle gidsenVerzekeringen13 min leestijdBijgewerkt 9 oktober 2026

Bedrijfsverzekeringen: beroepsfout, bedrijfsschade, ongevallen van klanten, toevertrouwde goederen en gebrekkig werk

Voor zelfstandigen, vrije beroepen en kmo's: vanaf wanneer dekt de beroepsaansprakelijkheidsverzekering, wanneer wordt omzetverlies na een brand vergoed, wie is aansprakelijk als een klant valt of een voorwerp verloren gaat, en welk deel van gebrekkig werk betaalt de verzekering?

In het kort

  • De kernbeschermingen van de Verzekeringswet (mededelingsplicht, verval van recht, laattijdige aangifte, de rechtstreekse vordering van de benadeelde) gelden ook voor ondernemingen. Sommige consumentenregels, zoals de opzegging op elk moment na het eerste jaar en de regels over onrechtmatige bedingen, gelden niet.
  • Uw beroepsaansprakelijkheidsverzekering kan op basis van “claims made” (schadeverwekkende eis) zijn opgesteld. Als u de verzekeraar vóór het einde van de polis schriftelijk een omstandigheid meldt die tot een schadeclaim kan leiden, blijven claims die in de 36 maanden na het einde worden ingesteld gedekt.
  • Bedrijfsschade (omzetverlies, huur, lonen) is een afzonderlijke waarborg. De dekking van gebouw en machines in een brandverzekering vergoedt die posten op zich niet.
  • Een klant kan rechtstreeks een vordering instellen tegen uw aansprakelijkheidsverzekeraar. De verzekeraar kan de klant niet afwijzen met de opmerking dat “het de fout van het schoonmaakbedrijf was”; hij betaalt en verhaalt zich daarna op het schoonmaakbedrijf.
  • Toevertrouwde goederen, activiteiten die niet in de polis zijn omschreven en de kosten om gebrekkig werk opnieuw uit te voeren, zijn in de meeste polissen uitgesloten. Die leemten dicht u met een bijkomende waarborg en een nauwkeurige omschrijving van uw activiteiten.
  • De Ombudsman van de Verzekeringen behandelt ook klachten van zelfstandigen en vennootschappen, kosteloos.

Eerst: welke regels beschermen u als onderneming?

De bepalingen van de Verzekeringswet (4 april 2014) over de verzekeringsovereenkomst gelden voor alle niet-zeeverzekeringen die onder Belgisch recht vallen en zijn in beginsel dwingend (art. 54, 56). De mededelingsplicht (art. 58-60), het causaliteitsvereiste bij verval van recht (art. 65), de evenredige sanctie bij laattijdige aangifte (art. 74-76), de verzwaring van het risico (art. 81) en de rechtstreekse vordering van de benadeelde (art. 150) gelden dus ook voor een bedrijfspolis.

Op deze punten worden ondernemingen anders behandeld dan consumenten:

  • Geen opzegging op elk moment, en meerjarige polissen zijn mogelijk: het recht om na één jaar op elk moment op te zeggen met een opzegtermijn van twee maanden (art. 85/1) geldt alleen voor consumenten. Ook de maximumduur van één jaar geldt voor de meeste bedrijfsrisico’s niet: zaakverzekeringen andere dan eenvoudige risico’s, bedrijfsschade en alle aansprakelijkheidsverzekeringen behalve motorrijtuigen, privéleven en brand-aansprakelijkheid voor eenvoudige risico’s mogen voor een langere duur worden gesloten (art. 85 §2; koninklijk besluit 24.12.1992, art. 1). Volgens de Ombudsman lopen aansprakelijkheidspolissen voor ondernemingen vaak 3 jaar en heeft de opzegging pas uitwerking aan het einde van die 3 jaar (verslag 2025). Controleer de looptijd van uw polis en zeg ten minste twee maanden vóór de vervaldag op, met een aangetekende brief, een gerechtsdeurwaardersexploot, afgifte tegen ontvangstbewijs of via het digitale kanaal van de verzekeraar met een gekwalificeerde elektronische handtekening (art. 84, 85).
  • Geen toetsing van onrechtmatige bedingen: de regels over onrechtmatige bedingen in het Wetboek van economisch recht (WER, Code de droit économique) gelden voor consumentenovereenkomsten. De regels over onrechtmatige bedingen tussen ondernemingen (WER VI.91/1 e.v., voor overeenkomsten gesloten vanaf 1.12.2020) gelden niet voor “financiële diensten” (VI.91/1 §1), en het Wetboek omschrijft verzekeringen uitdrukkelijk als financiële dienst (WER I.8, 18°). De Koning kan die regels bij koninklijk besluit uitbreiden tot financiële diensten; een dergelijk besluit werd niet gevonden. Een onderneming steunt dus op de dwingende regels van de Verzekeringswet en op het algemene verbintenissenrecht. Voor overeenkomsten gesloten na 1.1.2023 wordt een standaardovereenkomst bij twijfel uitgelegd in het nadeel van de partij die ze heeft opgesteld (Burgerlijk Wetboek art. 5.66, 1°).
  • De uitlegging in uw voordeel geldt nog voor de meeste kmo’s: een onduidelijk beding wordt uitgelegd in het voordeel van de verzekeringnemer (art. 23 §2). De uitzondering zijn de “grote risico’s” (grands risques). Voor brand-, zaak- en algemene aansprakelijkheidsverzekeringen is een onderneming alleen een groot risico als zij twee van deze drie criteria overschrijdt: een balanstotaal van € 6,2 miljoen, een netto-omzet van € 12,8 miljoen, gemiddeld 250 werknemers (art. 5, 39°).
  • Betalingstermijnen bij brand voor kleine bedrijfsruimten: bedrijfsruimten die onder bepaalde drempels zijn verzekerd, zijn “eenvoudige risico’s”. De betalingstermijnen van 15/30/90 dagen voor brandschade (art. 121) gelden ook voor hen. De waarborg bedrijfsschade valt buiten deze bescherming (zie hieronder).
  • Vrij bewijs: tegen een onderneming en tussen ondernemingen mag elk bewijsmiddel worden gebruikt (Burgerlijk Wetboek art. 8.11).

Het procedurereglement van de Ombudsman van de Verzekeringen noemt als klagers “consument, verzekerde, particulier, zelfstandige, vereniging, vennootschap”. Het reglement sluit “geschillen van commerciële aard” en geschillen tussen verzekeringsprofessionals (bv. tussen een tussenpersoon en een verzekeraar) uit. De klacht van een onderneming over haar eigen polis valt daar niet onder: het verslag 2025 van de Ombudsman bevat een afzonderlijk deel over de aansprakelijkheidsverzekering voor ondernemingen, en de klachten in dit domein stegen in 2025 met 58 %. Hetzelfde verslag merkt op dat het standpunt van de verzekeraar in deze tak “doorgaans moeilijk te betwisten” is; voeg daarom de volledige polisvoorwaarden bij uw klacht. Meer details vindt u in de gids over de Ombudsman.

Een klant eist schadevergoeding voor een fout in mijn adviesopdracht; mijn verzekeraar zegt dat het risico “vooraf gekend” was en dat ik het “te laat” heb gemeld

Vanaf wanneer u gedekt bent, hangt af van de bepaling over de dekking in de tijd in uw polis. Die bepaling moet samen worden gelezen met wat u wist vóór de aanvang van de polis en met het moment waarop u de zaak hebt gemeld.

Onder welke polis valt het voorval?

  • De regel: schade die zich tijdens de looptijd van de overeenkomst voordoet, is gedekt, ook als de eis pas na het einde van de overeenkomst wordt ingesteld (art. 142 §1). Volgens het Hof van Cassatie is de “schade” in dit artikel de schade die in de overeenkomst is bedoeld en die door de fout van de verzekerde aan de benadeelde is berokkend (Cass. 29.9.2023, C.23.0014.F).
  • Claims-madepolis (base réclamation): in de beroepsaansprakelijkheid dekken polissen vaak alleen eisen die tijdens de looptijd van de overeenkomst schriftelijk worden ingesteld (art. 142 §2). Dat beding is geoorloofd in de takken algemene aansprakelijkheid; het is verboden in de familiale verzekering en in de brand-aansprakelijkheid voor eenvoudige risico’s (koninklijk besluit 24.12.1992, art. 6bis). De wet voorziet toch in een verlenging van 36 maanden in twee gevallen:
    • de schade heeft zich tijdens de looptijd van de overeenkomst voorgedaan en het risico is bij het einde van de overeenkomst niet bij een andere verzekeraar gedekt;
    • de omstandigheid die tot schade kan leiden, heeft zich tijdens de looptijd van de overeenkomst voorgedaan en werd aan de verzekeraar gemeld.
  • De verlenging van 36 maanden geldt tenzij een andere verzekeraar de eis dekt (Cass. 16.1.2015, C.14.0294.N). Een schriftelijke eis van de klant aan u of aan de verzekeraar volstaat; een rechtsvordering is niet vereist (Cass. 4.6.2026, C.24.0365.N, over art. 78 §2 van de vroegere wet, dat dezelfde bewoordingen heeft).

Het verweer van het “gekende risico”: een risico waarvan bij het sluiten van de overeenkomst bekend is dat het zich al heeft verwezenlijkt, is niet verzekerbaar (art. 79). Als u de fout al kende vóór de aanvang van de polis, maakt het geen verschil dat de klant nog geen eis had ingesteld (hof van beroep Brussel 13.10.1993). Wie een nieuwe verzekeraar niet inlicht over iets wat hij wist, schendt de mededelingsplicht (art. 58-60). Maar de verzekeraar moet bewijzen dat u de fout en de mogelijke gevolgen ervan vóór de polis werkelijk kende; dat de fout oud is, volstaat op zich niet. Kijk in dat geval naar de polis van uw vorige verzekeraar en naar de verlenging van 36 maanden.

Het verweer van de “laattijdige aangifte”: de aangifteplicht ontstaat wanneer u weet of behoort te weten dat u aansprakelijk kunt worden gesteld (Cass. 21.4.2023, C.22.0226.N). Een vertraging laat alleen een vermindering toe ten belope van het nadeel van de verzekeraar; een volledige weigering vereist bedrieglijk opzet (art. 74, 76). Bij een claims-madepolis is het bezwaar “de eis viel buiten de polisperiode” geen laattijdige aangifte maar de begrenzing van de dekking in de tijd; houd die twee uit elkaar.

In de praktijk: verzamel de polis, de bijzondere voorwaarden en de vorige polis. Leg vast wanneer u de fout voor het eerst opmerkte en op welke datum de klant voor het eerst schriftelijk een eis instelde. Vraag bij een verandering van verzekeraar of de nieuwe polis vroegere activiteiten dekt (voorafgaande dekking, antériorité). De verjaringstermijn om uw verzekeraar te dagvaarden is 3 jaar; als de klant u heeft gedagvaard, loopt uw vordering tegen uw verzekeraar vanaf die datum (art. 88 §1). Voor sommige beroepen is de beroepsaansprakelijkheidsverzekering verplicht; bij een verplichte verzekering kan de verzekeraar uitsluitingen en vervallen van recht niet aan de benadeelde tegenwerpen (art. 151 §1).

Mijn zaak was na een brand maanden gesloten; de verzekeraar wil geen omzetverlies, huur of lonen betalen

Die posten worden alleen vergoed als uw polis een afzonderlijke waarborg bedrijfsschade bevat (pertes d’exploitation, in het Nederlands bedrijfsschade). De dekking van gebouw en machines omvat op zich geen omzetverlies.

Wat de wet zegt: genotsderving en gederfde verwachte winst zijn verzekerbare schade, maar alleen als de overeenkomst ze dekt (art. 93). De regeling voor eenvoudige risico’s sluit bedrijfsschade uit, behalve een forfaitaire dagvergoeding (koninklijk besluit 24.12.1992, art. 5 §4). Het besluit haalt “bedrijfsschadeverzekeringen andere dan verzekeringen die een dagvergoeding waarborgen” uitdrukkelijk uit de omschrijving van de eenvoudige risico’s (art. 5 §4, 4°). De betalingstermijnen van 15/30/90 dagen voor brandschade (art. 121) gelden dus niet voor het deel bedrijfsschade. Bedrijfsschade is evenmin een verzekering van een “zaak”; de termijnen voor expertise en betaling van art. 111/1 staan in het hoofdstuk van de wet over de zaakverzekeringen. De algemene regel van art. 73/1 is van toepassing: als de verzekeraar de dekking betwist, moet hij binnen 3 maanden een met redenen omkleed antwoord geven; anders is een forfaitair bedrag van € 300 verschuldigd, plus € 300 per dag na een herinnering. Het onbetwiste bedrag wordt betaald binnen 30 dagen nadat het is vastgesteld (art. 73/1 §6).

Afhankelijk van uw situatie:

  • Geen waarborg: de weigering van de verzekeraar is in beginsel terecht. Als iemand anders de brand heeft veroorzaakt (een buur, een herstellingsbedrijf), kunt u omzetverlies en vaste kosten vorderen van die persoon en rechtstreeks van zijn aansprakelijkheidsverzekeraar (art. 150).
  • Forfaitaire formule (op basis van omzet): in deze formule, die aan kleine ondernemingen wordt verkocht, ligt het bedrag vooraf vast; geschillen gaan meestal over de periode en de betalingsvoorwaarden.
  • Formule op basis van de werkelijke schade: verzekerd is de brutomarge (marge brute): de vaste kosten plus de bedrijfswinst. Vaste kosten die doorlopen, zoals huur en lonen, maken deel uit van dat bedrag. Een tijdelijke bedrijfsruimte, overuren en onderaanneming worden in de meeste polissen ook als bijkomende kosten vergoed. De grens is de vergoedingsperiode (période d’indemnisation) in de polis, bijvoorbeeld 12 maanden. (Deze omschrijvingen geven de marktpraktijk weer; de omschrijving in uw polis heeft voorrang.)
  • Berekening: de schade is het verschil tussen de brutomarge die u zonder de brand zou hebben behaald en wat u werkelijk hebt behaald. Daarvoor worden de jaarrekeningen van vorige jaren, seizoensschommelingen en groeitrends gebruikt. Bespaarde kosten worden afgetrokken.
  • Onderverzekering: als de brutomarge die u hebt aangegeven lager is dan het werkelijke cijfer, mag de verzekeraar de evenredigheidsregel toepassen (art. 98). Controleer of de polis van die regel afziet.

Lonen: een brand is een voorbeeld van “overmacht” die de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA/ONEM) aanvaardt; u kunt voor uw personeel tijdelijke werkloosheid aanvragen. Dat verlaagt uw loonkosten, en de verzekeraar zal met die besparing rekening houden.

In de praktijk: vraag uw boekhouder om een maandoverzicht van omzet en brutomarge over de laatste drie jaar, de loonadministratie en de huurovereenkomst. Antwoord de expert van de verzekeraar met uw eigen cijfers; als de polis “expertisekosten” dekt, stel dan uw eigen tegenexpert aan. Vraag schriftelijk om betaling van het onbetwiste deel. De verjaringstermijn tegen de verzekeraar is 3 jaar (art. 88). Hoe schade aan woning en brandschade in het algemeen worden afgehandeld, leest u in de gids over schade aan de woning.

Een klant is in mijn winkel uitgegleden op een natte vloer; mijn verzekeraar zegt dat het “de fout van het schoonmaakbedrijf” was

De klant kan een vordering instellen tegen u en ook rechtstreeks tegen uw verzekeraar BA uitbating (RC exploitation). Dat ook het schoonmaakbedrijf een fout heeft begaan, verandert daar niets aan; het speelt alleen een rol bij de vraag wie achteraf hoeveel betaalt.

Aansprakelijkheid: voor feiten vanaf 1.1.2025 is boek 6 van het nieuwe Burgerlijk Wetboek van toepassing (foutaansprakelijkheid, art. 6.5; bewaarder van een gebrekkige zaak, art. 6.16). Voor eerdere feiten gelden de vroegere art. 1382-1384. Of er een fout is, hangt af van feiten zoals waarschuwingsborden, het tijdstip van de schoonmaak en de staat van de vloer; een vaste conclusie kan hier niet worden gegeven. Als de fouten van meerdere personen samen de schade hebben veroorzaakt, is ieder van hen tegenover de benadeelde voor het geheel aansprakelijk; dat ook iemand anders een fout heeft begaan, neemt uw aansprakelijkheid niet weg (Cass. 12.1.2007, C.05.0083.N).

Het standpunt van de verzekeraar:

  • De benadeelde heeft een eigen rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar (action directe, art. 150). Sinds 1.10.2024 moet een aansprakelijkheidsverzekeraar binnen 3 maanden een met redenen omkleed aanbod of antwoord geven; anders lopen interesten en forfaitaire bedragen (art. 145/1-145/5).
  • “Het schoonmaakbedrijf heeft een fout begaan” is geen uitsluiting van dekking maar een argument over de aansprakelijkheid. De verzekeraar betaalt in de mate van uw aansprakelijkheid en oefent daarna via indeplaatsstelling (subrogatie) verhaal uit op het schoonmaakbedrijf en zijn verzekeraar (art. 95).
  • Bij een facultatieve aansprakelijkheidsverzekering kunnen feiten die na het schadegeval zijn ontstaan (bijvoorbeeld een laattijdige aangifte) niet aan de benadeelde worden tegengeworpen (art. 151 §2).
  • Uw familiale verzekering (BA privéleven) speelt hier niet; schade die voortvloeit uit de beroepsactiviteit zelf is uitgesloten (Cass. 6.9.2013, C.12.0360.F).

In de praktijk:

  • Noteer datum en uur, maak foto’s, noteer getuigen en bewaar het schoonmaakschema. Als er camerabeelden zijn, let dan op de bewaartermijn.
  • Breng uw verzekeraar en het schoonmaakbedrijf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte.
  • Controleer of uw schoonmaakcontract een afstand van verhaal (abandon de recours) of een beperking van aansprakelijkheid bevat.
  • Eerste hulp verlenen en erkennen wat er is gebeurd, heeft geen invloed op uw dekking. Beloof echter geen betaling zonder het akkoord van de verzekeraar (art. 149).

De klant kan binnen 5 jaar na het feit een rechtstreekse vordering tegen de verzekeraar instellen (art. 88 §2). Voor de schadeposten bij lichamelijke schade, zie de gids over vergoeding van letselschade.

De gsm of tas die een klant bij mij had achtergelaten, is verdwenen; de verzekeraar zegt dat “toevertrouwde goederen zijn uitgesloten”

De klant kan een vordering tegen u instellen. Het bezwaar van de verzekeraar strookt vaak met de overeenkomst: aansprakelijkheidspolissen voor ondernemingen dekken goederen die aan uw zorg zijn toevertrouwd (biens confiés) meestal alleen met een bijkomende waarborg.

Uw aansprakelijkheid: als u het voorwerp in ontvangst nam voor een opdracht (herstelling, onderhoud), maken het veilig bewaren en het teruggeven ervan deel uit van de overeenkomst tot het verrichten van diensten. Ook de regels over bewaargeving (dépôt) geven richting: de bewaarnemer moet aan het voorwerp dezelfde zorg besteden als aan zijn eigen zaken, en die verplichting wordt strenger beoordeeld als ze tegen betaling gebeurt (vroeger Burgerlijk Wetboek art. 1915, 1927, 1928). De kernvraag is of het voorwerp onder uw hoede is overgegaan. Een jas die u aan de vestiaire hebt aangenomen, is iets anders dan een tas die de klant naast zijn stoel en binnen zijn eigen gezichtsveld hield. Het nieuwe boek van het Burgerlijk Wetboek over de bijzondere overeenkomsten (boek 7, met onder meer de bewaargeving) treedt op 1.9.2027 in werking en zal alleen gelden voor overeenkomsten die na die datum worden gesloten; op lopende overeenkomsten zijn de vroegere regels van toepassing.

Een bordje met “wij zijn niet verantwoordelijk voor persoonlijke bezittingen”: zo’n bordje maakt alleen deel uit van de overeenkomst als de klant het kon zien vóór de overeenkomst werd gesloten. Zelfs dan heeft het grenzen:

  • Tegenover een consument is een beding dat de onderneming bevrijdt van aansprakelijkheid voor haar eigen opzet of grove fout, de grove fout van haar aangestelden of (behalve bij overmacht) de niet-uitvoering van een hoofdverbintenis altijd onrechtmatig en nietig (WER VI.83, 13°, VI.84). Als u een voorwerp in bewaring hebt genomen, is het teruggeven ervan een hoofdverbintenis.
  • In overeenkomsten gesloten na 1.1.2023 worden een beding dat de aansprakelijkheid voor opzettelijke fout uitsluit en een beding dat de overeenkomst van haar inhoud ontdoet, voor niet geschreven gehouden (Burgerlijk Wetboek art. 5.89 §1).
  • Het bordje dient hoogstens als waarschuwing voor voorwerpen die nooit onder uw hoede zijn overgegaan.

Verzekering:

  • Het verslag 2025 van de Ombudsman trekt de grens uitdrukkelijk: de diefstal van bezittingen van een klant in een wellnesscentrum is een van de voorbeelden die door de aansprakelijkheidsverzekering voor ondernemingen worden gedekt, terwijl “schade aan toevertrouwde voorwerpen” niet gedekt is.
  • De polis die het hof van beroep Luik onderzocht, dekte goederen die voor werkzaamheden waren toevertrouwd alleen bij bijzondere overeenkomst. De polis van de herstelwerkplaats was alleen uitgebreid tot voertuigen van klanten die “toevertrouwd zijn om eraan te werken”. De winterstalling werd als een afzonderlijke activiteit beschouwd, en er was geen betaling verschuldigd omdat de waarborg “parkeerbedrijf” niet was onderschreven (hof van beroep Luik 9.9.2013, 2012/RG/1291).
  • In de familiale verzekering staat de wet uitdrukkelijk een uitsluiting toe voor goederen onder uw hoede; de Ombudsman vindt de meeste van die weigeringen gegrond (verslag 2025). Voor bedrijfspolissen bestaat zo’n wettelijke minimumlijst niet; de polisvoorwaarden beslissen.
  • Een uitsluiting moet duidelijk en nauwkeurig zijn; twijfel wordt in uw voordeel beslecht (art. 23). Als de polis spreekt van “goederen toevertrouwd voor werkzaamheden, een dienst of advies”, valt te betwisten of een voorwerp aan de vestiaire onder die omschrijving valt.
  • Uw polis voor inhoud of diefstal van de onderneming kan “goederen van derden” dekken; controleer ook dat.

In de praktijk: leg het verlies schriftelijk vast; doe aangifte bij de politie als u diefstal vermoedt. Breng de verzekeraar op de hoogte voordat u met de klant een regeling treft (art. 149). Dek dit risico voortaan met een uitbreiding “toevertrouwde goederen” of met een vestiaire en lockers. Voor dezelfde kwestie in een familiale polis, zie de gids over de familiale verzekering.

Mijn polis vermeldt alleen schoonmaak; wij hebben het gebouw beschadigd bij een kleine herstelling waar de klant om vroeg

Als de schade is ontstaan buiten de activiteit die in de polis is omschreven, mag de verzekeraar de dekking weigeren. De uitkomst hangt echter af van hoe ruim de polis uw activiteit omschrijft, of de herstelling werkelijk een afzonderlijke activiteit was en wat de verzekeraar of de tussenpersoon wist.

De regel: de omschrijving van de activiteit bepaalt de omvang van de dekking. Het hof van beroep Luik oordeelde dat schade veroorzaakt tijdens een activiteit die niet in de polis stond, niet gedekt was (9.9.2013, 2012/RG/1291). De Ombudsman volgt dezelfde lijn: “elke taak buiten de aangegeven activiteit kan tot een weigering van dekking leiden” (verslag 2025). Omdat de omschrijving van de activiteit het verzekerde risico zelf afbakent en niet uw gedrag, is het een begrenzing van de dekking en geen verval van recht; de verzekeraar hoeft niet daarnaast het oorzakelijk verband te bewijzen (het causaliteitsvereiste van art. 65 geldt alleen voor vervallen van recht).

Punten die u kunnen helpen:

  • De bewoordingen zelf: als de polis spreekt van “schoonmaak en aanverwante werken” of “nevenactiviteiten”, kunt u aanvoeren dat een kleine herstelling gedekt is. Een onduidelijke omschrijving wordt in uw voordeel uitgelegd (art. 23 §2).
  • Wat de verzekeraar wist: u hoeft geen omstandigheden mee te delen die de verzekeraar kent of behoort te kennen (art. 58). Als herstellingswerk in het voorstelformulier, op uw website of in een e-mail aan uw tussenpersoon stond, beroep u daar dan op.
  • Verzwaring van het risico? Als u uw activiteit blijvend hebt uitgebreid, moest u dat melden (art. 81). Deed u dat niet, dan hangt de uitkomst af van uw fout: volledige betaling, evenredige betaling of weigering alleen bij bedrog. Het hof van beroep Luik beschouwde de niet-gemelde opening van een restaurant dat als “in renovatie” was verzekerd als een verzwaring; omdat de verzekeraar niet kon aantonen dat hij het risico nooit zou hebben verzekerd, werd hij veroordeeld tot evenredige betaling (25.6.2008, 2005/RG/1708). De wet viseert alleen een “aanzienlijke en blijvende” verzwaring (art. 81 §1); een eenmalige opdracht past niet gemakkelijk in die omschrijving. Bovendien gelden alleen wijzigingen die de kans op het verzekerde voorval vergroten als verzwaring, niet die welke alleen de omvang van de schade beïnvloeden (Cass. 7.3.2022, C.21.0384.N). Als de verzekeraar zich beroept op “buiten de dekking” en niet op “verzwaring”, zijn deze regels niet rechtstreeks van toepassing; vraag schriftelijk welk bezwaar hij aanvoert.
  • Beroepsbekwaamheid: als het werk een beroepskwalificatie vereist (bv. een erkend installateur) die u niet hebt, is de verzekeringsovereenkomst daarom alleen nog niet ongeoorloofd (Cass. 18.3.2022, C.20.0291.F).

De rol van de tussenpersoon: als u uw activiteiten aan uw tussenpersoon hebt beschreven en u geen passende polis werd aangeboden, kan de tussenpersoon zijn adviesplicht hebben geschonden (art. 284). Die vordering vloeit voort uit de contractuele verhouding (Cass. 16.3.2018, C.17.0200.F). Een tussenpersoon hoeft echter geen risico te onderzoeken dat u niet hebt vermeld (hof van beroep Bergen 15.1.2017, 2015/RG/810). Een schriftelijk spoor van wat u hem hebt meegedeeld, is dus belangrijk.

In de praktijk: verzamel de omschrijving van de activiteit in de polis, het voorstelformulier en uw briefwisseling met de tussenpersoon. Controleer of de herstelling als afzonderlijke post werd gefactureerd. De eigenaar van het gebouw kan u aanspreken wegens contractbreuk; als de verzekeraar niet dekt, betaalt u. Verruim de omschrijving van uw activiteit voor de toekomst. Voor problemen met tussenpersonen, zie de gids over tussenpersonen en dossiers.

Mijn werk bleek gebrekkig; de verzekeraar wil het opnieuw uitvoeren niet betalen, alleen schade aan andere goederen

Dit onderscheid komt vaak voor in aansprakelijkheids- en beroepsaansprakelijkheidspolissen voor ondernemingen en wordt door de rechtbanken toegepast. De kosten om het werk zelf te verbeteren of opnieuw uit te voeren, zijn in de meeste polissen uitgesloten. Schade die het gebrekkige werk aan andere goederen of aan personen veroorzaakt, is gedekt.

Wat de rechtbanken zeiden:

  • Het hof van beroep Luik vond een uitsluiting voor “de niet-uitvoering of slechte uitvoering van het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst, inzonderheid kosten gemaakt om slecht uitgevoerd werk opnieuw uit te voeren of te verbeteren” duidelijk en paste ze toe. Volgens hetzelfde hof bestaat de dekking om schade te vergoeden die een gebrekkig product aan derden veroorzaakt (hof van beroep Luik 9.2.2009, 2007/RG/1725).
  • In een andere zaak paste hetzelfde hof een beding toe dat schade uitsloot die voortvloeit uit het niet uitvoeren van de aangenomen werken. Het oordeelde dat aan de polis niet de werking van een “alle risico’s na de werken” (omnium après travaux) kon worden gegeven (hof van beroep Luik 9.9.2013, 2012/RG/1291).
  • Ook de Ombudsman rekent “beroepsfouten zoals slecht uitgevoerd werk” tot de gevallen die de aansprakelijkheidsverzekering voor ondernemingen niet dekt (verslag 2025).
  • De gedachte erachter: een aansprakelijkheidsverzekering dekt onverwachte schade; ze waarborgt niet dat het werk behoorlijk wordt uitgevoerd.

Een voorbeeld: badkamertegels werden verkeerd gelegd. Het verwijderen en opnieuw leggen van de tegels is het werk zelf en wordt in beginsel niet vergoed. Als er water door de voegen lekte en het plafond eronder en het parket van de klant beschadigde, is dat schade aan andere goederen en wordt die in beginsel wel vergoed. Voor posten daartussen (gezonde delen verwijderen om bij het gebrekkige deel te komen, kosten van demontage en hermontage, genotsderving) beslist de omschrijving in de polis. Is die onduidelijk, dan wordt ze in uw voordeel uitgelegd (art. 23 §2). Sommige polissen bieden een bijkomende waarborg voor die kosten; lees uw polis met dit in gedachten.

Een afzonderlijke verzekering in de bouw: voor woongebouwen is een verzekering van de tienjarige aansprakelijkheid verplicht voor ernstige gebreken die de stevigheid en stabiliteit van het gebouw in gevaar brengen. De verplichting geldt voor werken waarvoor de definitieve bouwvergunning na 1.7.2018 werd afgegeven (wet van 31.5.2017; vroeger Burgerlijk Wetboek art. 1792, 2270). Die verzekering is iets anders dan de aansprakelijkheidsverzekering van de onderneming; als u ze hebt, breng dan ook die verzekeraar op de hoogte.

In de praktijk: vraag dat het expertiseverslag de schadeposten opsplitst in “het werk zelf” en “andere goederen”. Vraag de verzekeraar schriftelijk welke post hij weigert en op grond van welk beding. Vraag het akkoord van de verzekeraar voordat u met de klant een regeling treft (art. 149). Controleer voor het niet-vergoede deel de aansprakelijkheidsbeperkingen in uw overeenkomst; als de klant een consument is, zijn die beperkingen onderworpen aan de toetsing van onrechtmatige bedingen. Hoe u een weigering betwist, leest u in de gids over geweigerde schadegevallen.

Checklist

  • Wat is de looptijd van mijn polis (1 jaar of 3 jaar), en wanneer verstrijkt de opzeggingstermijn?
  • Blijft mijn onderneming onder de drempels voor “grote risico’s”? (Zo ja, dan geldt de regel van uitlegging in mijn voordeel.)
  • Is mijn beroepsaansprakelijkheidspolis een claims-madepolis? Heb ik mogelijke eisen vóór het einde van de polis schriftelijk gemeld?
  • Heb ik bij een verandering van verzekeraar gevraagd naar dekking voor vroegere activiteiten (antériorité)?
  • Bevat mijn brandpolis een waarborg bedrijfsschade? Wat zijn de vergoedingsperiode en de aangegeven brutomarge?
  • Heb ik na een ongeval van een klant mijn verzekeraar en elk betrokken bedrijf schriftelijk op de hoogte gebracht?
  • Heb ik uitbreidingen voor “toevertrouwde goederen” en “nevenactiviteiten”?
  • Dekt de omschrijving van de activiteit in de polis al het werk dat ik doe? Heb ik wijzigingen schriftelijk aan mijn tussenpersoon gemeld?
  • Vermeldt de weigeringsbrief op grond van welk beding elke post wordt geweigerd?
  • Heb ik de verjaringstermijn van 3 jaar tegen de verzekeraar genoteerd? Heb ik een rechtsbijstandsverzekering? (Gids over rechtsbijstand, gids over termijnen)

Uitspraken over gelijkaardige geschillen kunt u opzoeken op de pagina Uitspraken.

Bronnen

Deze gids is algemene informatie en geen juridisch advies. Bijgewerkt op 09.10.2026.